FAQ Raymarine

FAQ Raymarine fishfinder Dragonfly

Raymarine Dragonfly fishfinder kaartplotter sonarbeeld E70085

Kijk hier voor de eigen FAQ pagina van de Raymarine Dragonfly fishfinders:
–> Raymarine fishfinder Dragonfly FAQ <–

Overzicht Raymarine Dragonfly fishfinders shop:

Overzicht Raymarine Dragonfly transducers

Overzicht Raymarne Dragonfly accessoires

 

Navionics card navigatie beeld life op plotterFAQ voor Navionics navigatie kaarten

Er zijn verschillende soorten navigatiekaarten te krijgen, elke kaartsoort heeft zijn voordelen en beperkingen,
https://www.raymarine-navigatie.nl/navionics-kaarten-faq-vragen-raymarine/

Raymarine Instrumenten

Q: Kan het uiterlijk van de i50, i60 en i70 worden veranderd
A: Ja de rand van deze instrumenten kunnen worden aangepast. Er zijn zwarte en grijze “gunmetal” randen, ook zijn er randen met rechte hoeken en ronde hoeken te krijgen. Kijk hier voor alle informatie: https://www.raymarine-navigatie.nl/uiterlijk-aanpassen-instrumenten/

Q: De snelheid wordt niet meer getoond op het Raymarine ST60+ Plus snelheid instrument.
A: De kans is groot dat de temperatuursensor defect is. Dit is te controleren door een 1 Kohm weerstand over de pinnetjes aan de achterkant van het instrument te zetten. Dit zijn bruin en wit, of geel en blauw, afhankelijk van het bouwjaar.

Q: Ik heb een ST60 windinstrument, kan daar een ST60+ masttopunit met kabel op?
Raymarine ST60+ Plus Wind Model 2004 masttopunit met 30 meter kabel E22078A: Ja dat kan gebruik hiervoor de ST60+ Wind Model 2004 masttopunit en vergeet niet de extra rubberen ring te verwijderen. De Raymarine ST60+ Wind Model 2004 masttopunit wordt geleverd met 30 meter kabel en heeft bestelnummer: E22078

 

Q: Is er een flushmount systeempakket voor een Raymaine tridata beschikbaar.
Raymarine ST60 Plus Flush mount compleet A25003A: Er is geen compleet flushmount-systeem voor de tridata. Je zal dan zelf een flushmount-kit moeten monteren. Zie hier voor een alternatief.

 

 

Q: Ik zie geen SOG (Speed Over Ground) gegevens op het Raymarine ST60 Plus snelheid instrument
A: Als je de SOG (Speed Over Ground) wilt kunnen aflezen van het Raymarine ST60 Plus snelheid instrument, dan moet er een GPS zijn aangesloten. Dit kan een Raymarine RayStar 125 GPS/WAAS antenne zijn via SeaTalk. Of een GPS van een ander merk dat via NMEA op een stuurautomaat is aangesloten of op een Raymarine SeaTalk/NMEA interface box.

Q: Is het mogelijk om de mastkabel van de ST50 Windinstrument te vervangen door een mastkabel van een Raymarine ST60 / ST60 Plus systeem.
A: Ja dat kan, de Raymarine mastkabel is in de afgelopen jaren niet veranderd.  Ook de aluminium voet op de mast is niet veranderd.

Q: Moet ik het lipje van een Raymarine rotavecta afknippen
Raymarine rotavecta lipje niet verwijderen
A: Nee, dit lipje is nodig om de windrichting te berekenen
A2: De naam is rotavecta niet rotavectra.
A3: Reparatieset van de Raymarine rotavecta

 

Q: Kan een masttopunit van een ST60 / ST60 Plus windgever op een ST40 instrument aangesloten worden
A: Nee, dat kan niet, de ST40 heeft een tweepolige ingang voor alleen de rotavecta transducer. De ST60 / ST60 Plus heeft er 5. (andersom kan overigens wel, een rotavectra op een ST60 of ST60 Plus instrument).
De Raymarine rotavectra heeft bestelnummer: Z195

Q: Kan een rotavectra wind transducer aangesloten worden op een ST60 / ST 60 Plus instrument
A: Ja, dat is een oplossing voor motorschepen. Een complete set van een Raymarine ST60 Plus instrument met een rotavectra is te leveren.
Het bestelnummer van de Raymarine ST60+ Wind systeem met rotavecta transducer is: A22011-P.
Het bestelnummer van de Raymarine ST60 Plus windinstrument is: A22005-P. De Raymarine rotavectra heeft bestelnummer: Z195

Q: Wat is het verschil tussen een Raymarine ST60+ Plus Tridata Repeater en een gewoon instrument
Raymarine ST60+ Tridata repeater instrumentA: De Raymarine ST60+ Tridata repeater instrument heeft GEEN aansluitingen voor de sensoren op de achterkant. De Raymarine ST60+ Tridata is een los instrument en wordt veelal gebruikt als er al een snelheid- en/of dieptesensor is geïnstalleerd. De gegevens krijgt de repeater door de SeaTalk verbinding op de bestaande Seatalk instrument te koppelen. Weet ook dat het ook gegevens kunnen zijn van andere instrumenten kan zijn. Bijvoorbeeld de ST40 instrumenten of zelfs van en ander merk dat NMEA gegeven via een Raymarine SeaTalk/NMEA interface box op de SeaTalkbus zet.

Q: Het plaatje van de Raymarine ST60 Plus wind meter klopt niet met het geleverde product
A: Dat klopt, nagenoeg alle plaatjes van de Raymarine ST60 plus windmeter (ook op Raymarine .com) zijn verkeerd. Hij moet er zoals hier onder uit zien. Het bestelnummer van de Raymarine ST60 Plus instrument is: A22005-P

raymarine st60plus windinstrument a22005p a22005-p                  raymarine st60plus wind instrument a22005p a22005-p

Q: Ik heb nog een windset van het oude type Raymarine ST60, de rest zijn instrumenten van het nieuwe type Raymarine ST60 Plus. Hoe kan ik het frontje van een Raymarine ST60 vervangen?
A: Ja dat kan, en dat is zeker zelf te doen. Er zijn losse frontjes te koop. Raymarine noemt deze frontjes Bezel.

Klik hier voor een uitleg van het ombouwen van een ST60 instrument

Oude ST60 windinstrument Nieuwe ST60+ windinstrument
raymarine st60plus windinstrument a22005p a22005-p

Bekabeling

Q: Welke kabels kan/mag ik inkorten/verlengen ?
A: Vuistregel: alle kabels mag je inkorten en verlengen, tot bepaalde lengte. Behalve die van de dieptetransducer die moet even lang blijven.

Q: Moet ik Seatalk kabel gebruiken ?
A: Nee je mag ook andere kabel gebruiken van dezelfde diameter (of iets meer) als hij maar afgeschermd is! Maar het beste is natuurlijk originele Seatalk kabel. Te koop per meter. De stekkers zijn voor de ST60 en ST60 plus (helaas!) niet los te verkrijgen. Verlengen kan door de kabel door te knippen en te verlengen door de aders aan elkaar te solderen en af te schermen met krimpkous.
                Raymarine SeaTalk kabel solderen

Raymarine transducers / sensoren

Q: Kan ik een DST800 transducer voor alle instrumenten gebruiken
A: DST = Depth, Speed, Temperature. Er zijn 2 soorten gevers, een SMART en ANALOOG.
–>Je kan de DST800 SMART gever gebruiken in een STNG netwerk en eventueel via een inline-converer de data op alle SeaTalk instrumenten krijgen (ST30, ST40 I40,i50, etc). Maar alleen de i70 en i70s instrumenten en kaartplotters met Lighthouse2 (of meer) kunnen de gever instellen / kalibreren. Kijk hier voor meer uitleg over de DST800 SMART transducer A22111.
–>Je kan de DST800 ANALOOG gever gebruiken op alle SeaTalk instrumenten met een aansluiting voor de gevers op de achterkant en de ICT-5 én je kan dan de wel de kalibratie / instellingen doen. Wel is het jammer dat je dan wel minimaal dat instrument aan moet hebben staan om de DST gegevens op het netwerk te krijgen. En in combinatie met i40/i50 en een nieuwe es-serie of Axiom kaartplotter is er ook een inline-converer nodig. Kijk hier voor meer uitleg: Eenvoudig log en dieptemeter aanschaffen

Q: Kan een ST40 diepte transducer op een ST50 instrument
A: Nee dat kan niet.
Wel kan een ST30 gever op een ST40 instrument. (en anders om)
Wel kan een ST50 gever op een ST60 en ST60+ Plus instrument. (en andersom)Uitzondering: Een ST40 diepte transducer die aangesloten kan worden op een ST60+ Plus instrument: Dit zijn de M78717 en de E26027-PZ

Q: Kan een ST50 diepte transducer op een ST60+ Plus instrument
A: Ja dat kan.

Q: Hoe kan ik tridata gevers vervangen.
A: Dit is zelf te doen. Schroef de connectoren achter op het Raymarine Tridta instrument los. Schroef de gote moer van de huiddoorvoer los, en duw (met kracht, want de kit die gebruikt is plakt als een gek) los uit het vlak. Haal zoveel mogelijk oude kit weg met een mes en schuurpapier, en ontvet met wasbenzine (pas op met thinner! dat lost wellicht de rommel op). Bestel nieuwe transducers Raymarine dieptegever heeft bestelnummer: E26030 en de snelheidgever: E26031. Gebruik een goede kit om de huiddoorvoer vast te plakken, bijvoorbeeld sikaflex. Netjes de kitrand schoon maken.
Weet wel dat de gever van de snelheid gewoon uit de kunsstof huiddoorvoer kan worden gehaald, dus deze huiddoorvoer kan blijven zitten. LET op het pijltje van de huiddoorvoer die moet naar voren wijzen.
ALTIJD ALLE GEPLAATSE GEVERS CONTROLEREN BIJ TE WATER GAAN zei ik al ALTIJD?

Q: Wanneer moet ik een bronzen transducer gebruiken ?
Raymarine B117 600W Bronzen transducer A: Alleen in geval van houten schepen ! de rest is allen kunststof ! Dit is het productnummer B117 600W Bronzen transducer: E66014 

Q: De roerstand transducer kan ik geheel rondraaien en hij geeft niet goed aan.
Raymarine roestand melder M81105A: In de meeste gevallen is de transducer niet goed geinstalleerd en is hij “over de nek” getrokken. Oplossing vervangen van een nieuwe Raymarine roerrstandsmeter met produktnummer: M81105

Q: Roerstand aanwijzing in de display geeft contra aan.
A: Rood met groen verwisselen (Kabel van roerstandgever) op het rudder instrument of stuurautomaat.

Q: Onder welke hoek kan een Raymarine dieptegever gever geplaatst worden. Of hoe veel graden mag de Raymarine dieptegever geplaatst worden.
A: Het beste is dat de gever loodrecht naar beneden gericht staat. De documentatie geeft aan dat er een maximale hoek van 12 graden mag bestaan. Er is een gever die onder een hoek kan worden geplaatst: E26001-PZ. Deze is ideaal voor vissersbootjes of RIB (rubberboten)
Raymarine In Hull verstelbare diepte transducer E66008-PZRaymarine inhull transducer gevuld met gel

LET OP: Deze In Hull verstelbare diepte transducer (E26001-PZ) kan alleen gebruikt worden op een massief (dus zonder houten sandwitch-constructie) polyester vlak.
Hier staat de installatie handleiding.

Q: Hoe ver moet een Raymarine dieptegever bij de kiel vandaan worden geplaatst.
A: Het is de bedoeling dat de gevers (bijvoorbeeld de Raymarine ST60+ Through hull diepte transducer (E26030) 50 cm vanaf de kiel moeten worden geplaatst.

Q: Mijn dieptemeter knippert en geeft niet de juiste diepte meer aan?
A: Een knipperende dieptemeter duidt erop dat het instrument zijn transducer (gever) niet meer “ziet”. Een snelle oplossing is : een losse transducer aan het instrument koppelen en deze met de hand overboord laten zakken. In ondiep water en zeer blubberige bodem wil dit wel eens vaker voorkomen, op dieper water geeft de dieptemeter meestal weer goed aan.

Q: De watertemperatuur in mijn log/snelheidsmeter geeft niets of geen goede waarden meer aan.
A: Meestal is de temperatuuropnemer defect, deze bevindt zich geïntegreerd in de snelheidstransducer en is helaas niet los te vervangen.

Q: Mijn fluxgatekompas of helmstok automaat rammelt, bij het bewegen.
A: Dit is geheel correct, in de behuizing zit een kompassonde die cardanisch is opgehangen en dit veroorzaakt dat rammelende geluid.

Stuurautomaten

Q: De Raymarine Smartpilot S1 heeft een SeaTalk poort en een NMEA in- en uitgang. Kan ik de SeaTalk gegevens (wind, diepte, koers, etc) via de NMEA-out aan instrumenten van andere mareken doorgeven
A: Ja dat kan, maar niet alle  gegevens vanuit een Raymarine Smartpilot S1 worden doorgegeven. Om alle gegevens door te geven is en een SeaTalk converter nodig. Bijvoorbeeld de Raymarine SeaTalk/NMEA interface box.

Q: Ik heb een stalen zeilschip met helmstokbesturing, kan ik dan een helmstokautomaat met geïntegreerd kompas nemen?
A: Nee, u moet een helmstokautomaat gaan gebruiken met een externe kompas-aansluiting waarbij opgemerkt moet worden dat de kompassonde minimaal 1 tot 2 mtr. van stalen/magnetische invloeden geplaatst moet worden.

Q: Als mijn stuurautomaat aan een windset gekoppeld is kan ik dan op windvaaninformatie sturen ?
A: Indien de apparatuur goed gekoppeld is aan de automaat of van hetzelfde merk is dan is dit geen probleem, opgemerkt moet worden dat er bij de reactie van de stuurautomaat een fikse vertraging is ingebouwd om slingeringen bij zeer variërende wind te voorkomen.

Q: Mijn helmstok automaat is / wordt gewijzigd van stuurboordzijde naar bakboordzijde en stuurt nu de verkeerde kant op?
A: Bij de “oudere” generatie stuurautomaten is op de achterzijde een soort potentiometer aangebracht die een halve slag gedraaid kan worden en daardoor de aandrijving ompoolt. Bij de nieuwere generatie’s is vaak softwarematig de aandrijving om te polen.

Q: Mijn stuurautomaat stuurde eerst correct maar begint ineens te slingeren?
A: In de meeste gevallen blijkt de kompassonde defect te zijn of.. in geval dat er een roerstand terugmelder gemonteerd is kan ook deze de automaat van slag brengen.

Q: Voorheen gaf mijn kompas de juiste koers aan maar plotseling bleek hij xx ° te veel of te weinig aan te geven.
A: Eerst proberen met de instellingen de koers weer op de goede koers te krijgen. Werkt dit echter niet dan controleren of dat er niet per ongeluk iets magnetisch in de buurt van de kompassonde gezet is (een blik bonen, gereedschap, etc.etc). Als dit ook niet het geval is dan kan ook hier de kompassonde defect zijn.

Q: Mijn stuurautomaat geeft in de display “low-bat” of “no main power”?
A: Controleer eerst de boordspanning en daarna de spanning ingaand bij de stuurautomaat. Liefst op de polen van de stuurautomaat zelf. Hier moet een gezonde spanning staan. Het kan zijn dat er in rust wel een mooie 12-14 V spanning staat, maar meet ook eens als de stuurautomaat op ‘Auto’ staat en een pomp moet aansturen.

Q: In mijn gebruiksaanwijzing wordt gesproken over “deviatie” (dev) is dit de afwijking van het kompas?
A: Nee, dit is niet de deviatie, maar de hoeveelheid magnetisme die in de omgeving van de fluxgatekompas transducer gemeten is (deze behoort lager te zijn dan 15°). Bij hogere waarden dient een andere plek te worden gekozen voor de kompastransducer! (Onze ervaring is dat meerdere schepen, waar het niet mogelijk was om een andere plaats te kiezen en die een hogere waarde hadden dan 15° naar tevredenheid sturen!)

Q: Ik druk op “auto” de automaat gaat direct volledig de hoek in en drukt dan “door”
A: waarschijnlijk draait de drive de verkeerde kant op of de roerstandmelder geeft contra aan. Eerst controleren of de roerstand bij handmatig sturen de juiste kant opgaat, zo ja dan op de automaat “auto” toetsen en bijv. 10 gr. Naar stuurboord, gaat dan de roerstand naar bakboord, dan de drive op de stuurcomputer ompolen.

Q: De automaat stuurt tijdens proefvaart goed maar gaat soms plotseling volledig stuurboord of bakboord uit.
A: In de meeste gevallen is het of kompasgever of roerstandgever controleren. Controleer eerst alle dekaansluitingen en overige “lassen”.

Q: Bij mechanische drive’s, de drive reageert wel maar stuurt niet uit.
A: Meestal wordt de clutch niet of niet goed aangestuurd, meet op de stuurcomputer of de clutch wordt aangestuurd wanneer de piloot in “auto” modus staat. Er zou dan 12 Volt aangestuurd krijgt.

Q: Ik heb een gyroplus transducer geplaatst maar het schip en de piloot doet er niets mee.
A: De gyroplus is alleen actief als de automaat ingesteld staat in response level 3.

Q: De hydraulische pomp stuurt heel hysterisch en is nooit rustig.
A: Zet rudder damping eens op stand 2 of 3 ( niet hoger !)

Q: Ik heb inmiddels al 15 rondjes gedraaid en gecalibreerd met piloot en schip maar er komt maar geen dev. en waarde in de display.
A: De kompastransducer (fluxgate) is op een dusdanige magnetisch plaats gemonteerd dat hij de calibratie niet eens afronden. Kijk op er blikjes soep of gereedschap in d buurt van de fluxgate is. Nog steeds een pobleem, probeer de gever uit te bouwen en plaats de gever tijdelijk op een andere plek, sluit de datakabels aan.

Q: Mijn autopilootdisplay geeft aan “no-link”
A: Controleer eerst de gele ader aansluiting van de seatalkbus op de stuurcomputer en naar het instrument, hier moet je tussen de gele en de screen (blanke) ader ruim 12 Volt meten.

Q: In mijn display verschijnt St.Fl.
A: Seatalk failure ! Niet verder onderzoeken, het beste is het instrument demonteren en opsturen/langsbrengen naar een dealer.. helaas.

Q: Ik heb een piloot die door een hydraulische pomp op de hoofdmotor ( PTO ) wordt aangestuurd maar de automaat stuurt veel te snel of te langzaam.
A: Op het solenoid-kleppenblok van de hydraulische unit zit een ronde stelmoer, hiermee kun je de hoeveeldheid olieaanvoer regelen, controleer eerst wat de huidige “hard-overtime” is, dit is de tijd die de automaat nodig heeft om van vol bakboord naar vol stuurboord te sturen, dit moet, afhankelijk van schip en stuurinrichting, circa tussen 15 en 20 sec. zijn.

Q: Moet de drive apart nog gezekerd worden ? want er zit toch een zekering in de stuurcomputer
A: Deze zekering dient alleen voor de “zachte” electronica en niet voor de aandrijving dus woel drive apart zekeren

Q: De installatie aan boord is 24 Volt maar de instrumenten zijn 12 Volt en nu ?
A: Geen nood, de stuurcomputer is wel 24 Volt en de aandrijving ook, vanaf de computer via SeaTalk wordt keurig 12 Volt naar de instrumenten aangestuurd. Echter is het in dit geval niet mogelijk de apparatuur op een eigen groep te zetten, dus als de stuurcomputer stopt, stoppen de instrumenten ook. Wel een eigen groep, dan is er een omvormer van 24V naar 12V nodig.

Q: Mag ik ook andere apparaten, anders dan Autohelm/Raytheon aansturen van de 12 Volt seatalk aansluiting op de stuurcomputer?
A: Nee, kan wel, maar niet doen, alle vorm van garantie vervalt (als het aantoonbaar is)

Q: Ik kan de ontluchtingsleiding van de hydraulische pomp niet naar de handpomp brengen zoals in de beschrijving staat mag ik deze afdoppen?
A: Nee, niet afdoppen maar je mag wel boven de pomp met een leiding van circa 20 cm. Een klein expansietankje plaatsen ( bijvoorbeeld die van de Vetus of Side Power boegschroeven)

Q: Mag ik ATF olie in het systeem doen ?
A: Nee, ATF bevat agressieve stoffen zoals zwavel en zo, dit vreet op den duur de keerringen en afdichtingen van de pomp op, gewoon hydraulische olie bijvoorbeeld Shell Tellus 33.

Q: Ik heb een oude inboardpiloot van merk xx die het niet meer doet maar de drive is nog wel goed, kan ik die drive ongestraft weer gebruiken voor aansturing door een Raytheon piloot ?
A: Dit kan wel maar een absolute aanbeveling is om de drive na de stuurcomputer aan te sturen d.m.v. relais, dit omdat oudere drive’s en die van andere merken vaak hogere stromen trekken en daardoor de stuurcomputer kunnen vernielen! Maar het nadeel van relais (beter sollid state relais) is dat ze snel inbranden door de EMK van het ompolen van de spanning (links- rechtsom)

Instrumenten en systemen

Q: Ik heb een diepte, snelheid of tridata instrument die geeft in de display alleen maar streepjes weer
A: Het apparaat is ingesteld als “repeater”. Lees de handleiding en stel het in instrument als “master” in.

Q: De dieptemeter aanwijzing knippert en geeft geen goede waarde aan
A1: Of het schip ligt in (te) ondiep water, of op een plaats waar zich een enorm blubberige bodem bevindt, of de transducer is defect. Indien mogelijk hang een andere transducer, aangesloten op het instrument, in het water.

A2: Denk erom op de plaats waar de waarschuwingssticker heeft gezeten zitten vaak nog lijmresten die zeer kleine luchtbelletjes vast kunnen houden en de transducer kunnen beïnvloeden.

A3: Natuurlijk mag er geen antifauling op de gever zitten, let daar wel op!

Q: De dieptemeter geeft in de haven waardes aan van 150 mtr. en meer
A: Vaak ligt er een schip naast of in de buurt die óók zijn dieptemeter aan heeft staan en dan vangen beide transducers elkaars signalen op die dan deze storing veroorzaken.

Q: De windmeter doet het goed maar de VMG loopt niet goed mee !
A: Controleer of het log zijn informatie wel goed doorgeeft, deze informatie heeft de VMG absoluut nodig in combinatie met het windsysteem. De allereerste en simpelste controle is : zet op een van de instrumenten de verlichting aan, dan moet op alle instrumenten de verlichting aan gaan deze loopt via seatalk dus tevens een goede seatalk test

Q: Ik heb de windmeter al meerdere keren opnieuw gecalibreerd maar elke volgende keer staat hij weer verkeerd
A: De windvaan aan de masttopunit zit los van het asje, met een kleine inbussleutel voorzichtig aandraaien !

Q: De watertemperatuur in het instrument, log of tridata of alleen ST40 bidata en ST40 snelheid, (dus geen ST30) geeft geen of geen goede waarde aan.
A: De temperatuursensor in je snelheidstransducer is waarschijnlijk defect. Deze is niet te vervangen.

Q: Ik probeer het kompasinstrument te calibreren maar kom niet in het calibratiemenu
Veel voorkomente oorzaak is dat de sensor niet wordt gezien door het instument. Controleer de kompas transducer en eventuele dekaansluitingen c.q. “lassen” op slechte verbindingen. Dit geldt overigens óók voor windinstrumenten.

Q: De diepte transducer moet vervangen worden moet ik nu die hele kabel opnieuw trekken?
A: Het beste is vervangen omdat de kabel een coaxkabel is met een bepaalde impedanite. Echter al er netjes een las wordt gemaakt zal het niet merkbaar zijn in de getoonde gegevens van het instrument. Maar maar kort de kabel niet in, óók niet verlengen!! Wat er af geknipt wordt moet er ook weer aan.

Q: Waarom mag ik geen oplosmiddelen zoals bijvoorbeeld aceton gebruiken om transducers te ontvetten voordat ik ze monteer?
A: Wasbenzine werkt goed ontvettend en kun je gebruiken. Overige middelen zoals aceton, thinner etc. lossen de kunststof niet op maar maken het broos en hard waardoor de transducer makkelijk kan breken.

Q: Moet de masttopunit altijd naar voren wijzen
A: Nee, hij mag ook opzij, maar denk wel aan de “vuile” wind !

Radars en plotters

Q: Als je de NMEA output van de Raymarine C80 op een marifoon aansluit,  krijgt deze de NMEA gegevens vanuit de C80. Is dat ook zo voor de Raymarine marifoon 54E?
A: Met de Raymarine marifoon 54E is het niet mogelijk om de DSC-gegevens op de Raymarine C80 te tonen. Dit is wel mogelijk met de plotter Raymarine W140.

Raymarine marifoon 54E.
 

Q: Na het opstarten van de radar krijg in de display de tekst “bearing zero pulse error”
A: De display “ziet” zijn antenne niet, meestal is dit de verbinding van de kleine coaxkabel ( videosignaal) naar de antenne die niet goed is controleer eventuele dekaansluitingen. Of …. de werkschakelaar op de radar antenne staat “off”

Q: De radardisplay geeft erg zwakke echo’s
A: Probeer eerst de “tune-preset”

Q: Ik wil radarbeeld en plotterbeeld over elkaar heen zien.
A: Dat is mogelijk voor de Raymarine c-serie + e-serie + g-serie