Stuurautomaat op windvaan sturen

Om een Raymarine ACU (Actuator Control Unit) automatisch te laten varen op de windvaan (windvaanmodus), heb je de volgende gegevens en apparatuur nodig:

Benodigde Apparatuur
1. Raymarine Autopilot Systeem:
– ACU (Actuator Control Unit), zoals de ACU-100, ACU-200, ACU-300 of ACU-400.
– P70 of P70R bedieningsunit (bedieningspaneel voor de autopilot).
– EV-sensoren (Evolution-sensor): EV-1 of EV-2 voor 9-assige beweging en koersdetectie.
– Hydraulische, mechanische of elektrische aandrijfeenheid, afhankelijk van het type stuurmechanisme van je boot.
– SeaTalkng netwerk voor communicatie tussen de verschillende onderdelen van het systeem.

2. Windvaan:
– Een windvaansensor, zoals de Raymarine i60 Wind of een compatibele windvaan, die de relatieve windhoek meet en deze gegevens doorgeeft aan het autopilot systeem.

Benodigde Gegevens
1. Windgegevens:

  • Relatieve windhoek: De hoek tussen de windrichting en de voorzijde van de boot. Deze wordt gemeten door de windvaansensor.
  • Windsnelheid: Voor sommige geavanceerde functies kan de windsnelheid ook nuttig zijn, hoewel deze niet strikt noodzakelijk is voor basis windvaansturing.

2. Koersgegevens:

  • De actuele koers van de boot: Dit wordt geleverd door de EV-sensoren die beweging en koers detecteren.
  • Gewenste koers: Dit wordt ingesteld op de bedieningsunit van de autopilot.

3. Navigatiegegevens (optioneel):

  • GPS-positie en snelheid: Deze kunnen worden geïntegreerd voor geavanceerdere navigatiefuncties, hoewel ze niet strikt nodig zijn voor het varen op de windvaan.

Instellingen en Configuratie
1. Kalibratie van de Windvaan:

  • De windvaansensor moet correct zijn gekalibreerd om nauwkeurige windgegevens te verstrekken.

2. Instellen van de Windvaanmodus:

  • Op de bedieningsunit van de autopilot (P70 of P70R) moet de windvaanmodus worden geselecteerd. Dit zorgt ervoor dat de autopilot de relatieve windhoek gebruikt als referentie voor sturen.

3. Fijnafstemming:

  • Afhankelijk van de prestaties van je boot en de weersomstandigheden, kan het nodig zijn om de parameters van de autopilot fijn af te stemmen voor optimale prestaties.

Stappen om de Windvaanmodus te Gebruiken
1. Zorg ervoor dat alle componenten correct zijn aangesloten en werken.
2. Kalibreer de windvaansensor.
3. Selecteer de windvaanmodus op de autopilot bedieningsunit.
4. Stel de gewenste relatieve windhoek in.
5. De autopilot zal nu de koers van de boot aanpassen om de ingestelde relatieve windhoek te handhaven.

Door deze gegevens en apparatuur correct te configureren, kan het Raymarine ACU-systeem automatisch de boot sturen op basis van de windrichting, waardoor je efficiënter kunt zeilen zonder constant handmatig te hoeven corrigeren.

Is er snelheid (STW) door het water nodig

Voor het automatisch varen op de windvaanmodus met een Raymarine ACU is de snelheid door het water (Speed Through Water, STW) niet strikt noodzakelijk. De belangrijkste gegevens die je nodig hebt zijn de relatieve windhoek en koersgegevens. De STW kan echter wel nuttig zijn voor aanvullende functies en verbeterde prestaties van het systeem.
Hier is een overzicht van waarom STW mogelijk nuttig is:

Nuttigheid van Snelheid door het Water (STW)
1. Performance Optimalisatie:

  • De snelheid door het water kan helpen bij het verfijnen van de automatische pilootinstellingen, zodat deze beter kan anticiperen op veranderingen in de stuurkracht die nodig zijn bij verschillende snelheden.

2. Leefbaarheid en Stabiliteit:

  • Bij hogere snelheden kan de invloed van de wind op het roer veranderen. Met STW kan het autopilotsysteem deze veranderingen beter beheren, wat resulteert in stabieler en nauwkeuriger sturen.

3. Berekening van Drift:

  • Hoewel de windvaanmodus primair op windrichting werkt, kan kennis van STW helpen bij het beter begrijpen van de drift door stroming en andere externe factoren, wat nuttig kan zijn bij het plannen van koerscorrecties.

Wanneer STW wel noodzakelijk kan zijn
Hoewel STW niet essentieel is voor basis windvaansturing, kan het bij geavanceerdere zeilinstellingen en integraties met andere navigatiesystemen nuttig zijn. Bijvoorbeeld:

1. Geavanceerde Autopilot Modus:

  • Sommige geavanceerde modi en functies van het autopilot systeem, zoals automatische zeiltrimming, kunnen STW gebruiken voor optimalere prestaties.

2. Integratie met Andere Navigatiesystemen:

  • Wanneer de autopilot wordt geïntegreerd met andere navigatiesystemen en sensoren (zoals GPS, AIS, etc.), kan STW bijdragen aan een completer en nauwkeuriger beeld van de navigatieomgeving.

Conclusie
Voor de basismodus van de windvaansturing met een Raymarine ACU heb je voornamelijk de relatieve windhoek en koersgegevens nodig. Snelheid door het water is een nuttige aanvulling die de prestaties kan verbeteren, maar is niet strikt noodzakelijk voor het functioneren van de windvaanmodus zelf.

Documentatie en Praktijkervaring

  1. Raymarine Handleidingen:
    • De officiële handleidingen van Raymarine beschrijven de vereiste en optionele gegevens voor het gebruik van hun autopilot systemen. Voor de windvaanmodus wordt de nadruk gelegd op de relatieve windhoek en koersgegevens. STW wordt niet genoemd als een vereiste voor deze modus.
  2. Praktijkervaring:
    • Veel zeilers en gebruikers van Raymarine autopilot systemen bevestigen dat de windvaanmodus effectief werkt zonder dat STW-sensoren zijn geïnstalleerd. Ze vertrouwen voornamelijk op windrichting en koersinformatie.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

two + twenty =

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.