Raymarine ST60+ Plus aansluiten op een Autohelm ST50 netwerk

Autohelm, Raytheon en Raymarine zijn gelukkig compatable met SeaTalk. Dus kunnen deze instrumenten onderling communiceren. Ideaal als alles Autohelm ST50 is maar er is 1 instrument defect.

Je hoeft dan niet in 1 keer alles te vervangen, alleen een Raymarine ST60+ Plus instrument plaatsen en klaar. Je kan zelfs de diepte gever laten zitten.

Raymarine ST50 diepte instrument  Raymarine ST60+ Diepte instrument bestelnummer A22002-P

Als je de SeaTalk gegevens van de Autohelm set op de Raymarine instrumenten wilt zien (bijvoorbeeld diepte op een plotter) dan moet de voeding/data kabel vanuit het Raymarine ST60+ instument worden aangesloten op het SeaTalk netwerk.

De Raymarine ST60+ en Autohelm ST50 hebben verschillende connectoren. Dit betekent dat je de kabel moet strippen van de ST50 en ST60+ en die op elkaar moet aansluiten (rood op rood, screen/zwart op zwart en Geel op Geel) op de bestaande bekabeling.

Dat kan met solderen, maar dan is het uitwisselen van instrumenten lastig, of met Raymarine SeaTalk kabel solderenkabelschoentjes AMP, of met kabelschoentjes en in een kroonsteen.

 

 

 

Of de dure oplossing (zolang ze nog leverbaar zijn) bestel de verloopstekker. Let er wel op dat je de juiste bestelt, er is een male en een female connector. Je kan dan direct vanuit de Raymarine ST60+ doorlussen naar een Autohelm ST50 instrument. Als de afstand te groot is, koop er dan de Power/SeaTalk Junction box bij.

ST-30-40-60-80 adapterkabel naar ST-50 (female)

Autohelm ST50 naar ST-30-40-60-80 adapterkabel D187_male
Bestelnummer: D188

ST-30-40-60-80 adapterkabel naar ST-50 (male)

Autohelm ST50 naar ST-30-40-60-80 adapterkabel D187_male
Bestelnummer: D187

Power/SeaTalk Junction box

Raymarine verbinding blok junctionbox power st30 st40 st80 d244

 

 

 

 

Bestelnummer: D244

 

Probleem met de Raymarine snelheid transducer

Raymarine ST60+ Diepte instrument bestelnummer A22002-PHet kan voorkomen dat het Raymarine ST60+ Plus snelheid instrument geen snelheid meer toont. En vreemd genoeg draait het wieltje in de snelheid transducer wel.

Raymarine through hull retractable snelheid transducer D241Waarschijnlijk is de temperatuursensor van de snelheid gever defect, hierdoor wordt ook de snelheid niet meer uitgelezen. De temperatuursensor zit namelijk ook in de snelheid gever. Of de schuifcontaten op de achterkant van het instrument zijn vuil, maak die eerst schoon en probeer het opnieuw.

Het Raymarine ST60+ Plus snelheid instrument controleert namelijk of de snelheid transducer is aangesloten, en gebruikt hiervoor de temperatuursensor als controle. Dus als de temperatuursensor defect is, dan ‘ziet’de Raymarine ST60+ Diepteinstrument geen transducer en stopt met gegevens te verwerken.

Raymarine snelheid instrument ST60 Plus snelheid achterkant A28019-POm te testen of de temperatuursensor defect is (of een tijdelijke oplossing) kan er een weerstand van 10 kilo-Ohm op de aansluitingen voor de temperatuur achterop het instrument worden gezet. Deze aansluitingen zijn bruin en wit, of geel en blauw, afhankelijk van het bouwjaar. De polariteit is (natuulijk) niet belangrijk.

Om het mooi te doen kan je een rode AMP schuifstekers op de pootjes van de weerstand knijpen. Nu kan je netjes de AMP schuifstekers achter op het instrument schuiven.

De signaaladers (met schuifcontacten) moeten van het instrument af worden gehaald (en komen er niet meer op)

Dan kan er op de vrije connectoren op de achterkant van het instrument een weerstand worden gezet met de schuifconnectoren vast geknepen op de weerstand-einden.

(hiernaast overigens de achterkant van een ST60 diepte)Raymarine ST60 Plus transducer aansluiten op achterkant van instrument A22002-P

 

Testen van de Ramarine ST60 snelheidgever

De temperatuursensor is een thermistor als opnemer. De impedantie van een thermistor zal veranderen als de temperatuur verandert. Het is helaas niet mogelijk om de thermistor direct te testen.

Kijk hier voor meetgegevens en het schema van de ST60 snelheidgever:
Meetgegevens een Raymarine ST60 snelheid gever

Kijk hier voor het meten van de snelheidpulsen van de ST60 snelheidgever:
Testen van een Raymarine ST60 snelheid transducer

Wat is SeaTalk NG next generation netwerk

Raymarine Seatalk next generation schema voorbeeld met instrumenten en apparatuurUitleg van het Raymarine SeaTalkNG netwerk. Raymarine heeft een netwerk ontwikkeld om instrumenten gegevens met elkaar uit te wisselen. Het oude systeem heet SeaTalk maar dat is niet snel genoeg voor de huidige dataoverdracht. Om meer data te versturen is er gekozen voor een (CAN) bus systeem dat ook gebuikt wordt in de industrie. Dit is het SeaTalkNG. NG staat voor Next Generation. Soms wordt het RayNet genoemd.

Blokschema van het Raymarine SeaTalkNG netwerk

In dit plaatje is te zien hoe het Raymarine SeaTalk Next generation is opgebouwd

Raymarine SeaTalk next generation schemaoverzicht

Eigenlijk is het heel simpel, alles draait om de zogenaamde backbone. Dit is de kabel die de langste afstanden moet overbrugen. Alle apparaten worden op deze bus aangesloten met een spurkabel.

Alles kan aangesloten worden op deze databus. Bijvoorbeeld oude SeaTalk instrumenten (ST40, St50, ST60), nieuwe instrumenten zoals ST60+ serie, fishfinders, plotters A-serie C-serie E-serie, Radar, motorgegevens, etc. Om dit te kunnen doen is er wel een ‘vertaler’ nodig, zie hieronder bij Oude (SeaTalk) instrumenten aansluiten.

Regels vanuit Raymarine die je moet handhaven

  • Er moeten 2 Terminators op het einde van het netwerk zitten
  • Maximale Backbone Lengte (tussen terminators) = 200m
  • Maximale Spur Lengte = 6m
  • Maximale totale lengte van alle Spurs = 30m
  • Maximaal aantal instrumenten per Spur = 3
  • Compatible met deze MFD’s: E, G, Cw, Ew, A
  • Oudere MFD en C Series gaan via een ST70 – over Seatalk.
  • Voeding voor ongebalacneerde systemen tot maximale Backbone = 60m
  • In de meeste gevallen wordt het netwerk door de SPX stuurcomputer gevoed
  • Vermijd Data loops
  • Only bridge from Seatalk NG to Seatalk at one point in a system
  • Set (Mastership – ON) only on ST70 that is bridging to Seatalk

Oude (SeaTalk) instrumenten aansluiten

Inline converter SeaTalk 1 naar SeaTalk NG Next Generation E22158Om oude SeaTalk instrumenten aan te sluiten op het netwerk is er een converter nodig. Raymarine heeft hiervoor de Raymarine Inline converter SeaTalk 1 naar SeaTalk NG in het assoriment.

Nieuwe instrumenten aansluiten

STNG 5-weg connector 2x Backbone 3x Spur Next Generation A06064Om nieuwe instrumenten aan te sluiten op het Raymarine SeaTalkNG zijn er alleen maar t-stukken nodig en de zo genoemde spurkabels. Er zijn ook spur-aftakblokken van 5 aansluitingen. Dit is de STNG 5-weg connector en heeft 2x backbone en 3x spur aansluiting. Deze heeft bestelnummer en prijs: A06064.

Radarbeeld

Het radarbeeld gaat NIET over dit netwerk. Dit gaat over het Raymarine SeaTalkHS netwerk. HS staat voor High Speed. De bekabeling hiervoor is standaard UTP (zelfs een netwerkhub van di xons werkt hierop)

Voedingen van het netwerk

De voeding voor het datanetwerk komt of van de stuurautomaat (Raymarine SPX) of via een voedingskabel die op de backbone wordt aangesloten. Echt heel simpel allemaal. Vergeet niet de schakelaar op de stuurcomputer op POWER SEATALK te zetten.

Als er genoeg schakelaars zijn, dan zou ik de stuurautomaat en de instrumenten apart voeden. Stel dat de stuurautomaat defect raakt, dan heb je nog steeds de gegevens op werkende instrumenten. En de plotter! Als het even kan moet de voeding in het midden van de gebruikers zitten. Zie plaatje hieronder.

Voorwerk bij het installeren

Zorg er voor dat de backbone langs alle gevers, stuurautomaat en instrumenten loopt, denk daar eerst even over na. Simpel gezegd, laat de backbone het meeste werk doen, en tak pas af bij een zo kort mogelijke SPUR.

Verschil in Spur en Backbone

De kabels kunnen niet verkeerd aangesloten worden. De Spurkabels zijn zwart met wit gestreept en de Backbonekabel is blauw. Ook kan je het verschil zien aan het aantal aansluitingen. De spur heeft 6 aansluitingen en de backbone heeft 5.


Raymarine STNG Spurkabel 3 meter A06040

Terminator in het Raymarine netwerk

Er is 1 regel die in acht moet woren gehouden, dat is dat er een terminator aan het eind van de backbone moet worden aangesloten… Altijd. Deze Raymarine STNG Terminator heeft bestelnummer en prijs: A06031


Raymarine STNG T-stuk voor koppeling spur naar backbone A06028

Overzicht van SeaTalkNG kabels

  • A06064: STNG 5-weg connector: 2x Backbone 3x Spur
  • A06032: STNG Afsluitplug
  • A06034: STNG Backbonekabel 1mtr
  • A06037.: STNG Backbonekabel 20mtr
  • A06035: STNG Backbonekabel 3mtr
  • A06033: STNG Backbonekabel 40cm
  • A06036: STNG Backbonekabel 5mtr
  • A25062: STNG Backbonekit
  • A06045: STNG Devicenetkabel Female
  • A06046: STNG Devicenetkabel Male
  • A06030: STNG Extender koppeling 2 backbone kabels
  • A06040: STNG Spurkabel 3mtr
  • A06038: STNG Spurkabel 40cm
  • A06041: STNG Spurkabel 5mtr
  • A06043: STNG Spurkabel plug/draad 1mtr
  • A06044: STNG Spurkabel plug/draad 3mtr
  • A06028: STNG T-stuk voor koppeling spur naar backbone
  • A06031: STNG Terminator afsluiten beide zijden backbone
  • A06049: STNG Voedingskabel 1 mtr naar 12VDC
  • A06047: STNG adapterkabel naar SeaTalk 1 (ST60 Plus)
  • A06048: STNG adapterkabel naar SeaTalk 2
  • A06042: STNG haakse Spurkabel 40cm

PDF Raymarine

Voorbeeld van bekabeling Raymarine SeaTalkNG

Raymarine SeaTalk next generation bekabeling voorbeeld

 

Inline converter SeaTalk naar SeaTalk NG E22158

Inline converter SeaTalk 1 naar SeaTalk NG Next Generation E22158De Raymarine Inline converter SeaTalk naar SeaTalk NG heeft bestelnummer en prijs: E22158

Wat doet de Raymarine Inline converter SeaTalk naar SeaTalk NG

Deze Raymarine Inline converter SeaTalk naar SeaTalk NG is er voor gemaakt om instrumenten die de oude SeaTalk (ook wel SeaTalk 1 genoemd) taal gebruiken kunnen communiceren met de instrumenten die de nieuwe SeaTalkNG taal hebben.

Voorbeeld SeaTalk 1:

Voorbeeld SeaTalkNG next generation:

  • Raymarine plotter, A-serie
  • Raymarine mulitfunctioneel scherm, C-serie E-serie G-serie
  • Raymarine stuurrautomaat, SPX serie

Raymarine minimaal netwerk met SeaTalk en SeatalkNG op SPX aansluiten foutLet er op dat de Raymarine stuurrautomaat ook SeaTalk aansluiting heeft en een SeaTalkNG. Het is niet zo dat de Raymarine SPX stuurcomputer deze twee netwerken combineerd! Klik hier voor een uitleg SPX aansluiten.

De converter kit bevat alle benodigde componenten voor de interface met SeaTalk:

  • SeaTalk 1 naar SeaTalkng converter
  • SeaTalkng Terminators (x2)
  • SeaTalkng afdichtingspluggen (x2)
  • 400mm (15 inch) SeaTalk 1 nar SeaTalkng converter kabel
  • SeaTalkng stroomkabel
  • 1m (3,3 inch) SeaTalkng spur-kabel

Schema van Raymarine SeaTalk to SeaTalk ng Converter Kit

Hieronder de plek van de SeaTalk in het netwerk.

Schema van Raymarine SeaTalk 1 to SeaTalk ng Converter Kit E22158

Wat zit er in de doos van de Inline converter SeaTalk naar SeaTalk

Raymarine Raystar 125+ SDGPS

Er is ook een set beschikbaar met een GPS die direct als spur op het netwerk zet. Hierbij wordt ook een Raymarine SeaTalk to SeaTalk NG Converter Kit geleverd.Raymarine ray star 125 plus cable assy-rs125 plus kabel set E32119
Deze Raymarine Raystar 125+ SDGPS kit is niet meer in productie en niet meer leverbaar bestelnummer: E32119

Kan de E03015 AIS250 op een C70 scherm

De Raymarine AIS250 E03015 kan aangesloten worden op op een C70 scherm. Om het werkend te krijgen is de nieuwste software update nodig.

Klik hier voor een overzicht van leverbare C-serie instrumenten.

 

Dit is de Raymarine AIS250, deze heeft bestelnummer: E03015
           Raymarine AIS250 Automatic Identification System

Dit is de Raymarine C70, deze is niet meer in productie.

Raymarine RayStar 125 GPS/WAAS antenne aansluiten

Raymarine RayStar 120 GPS/WAAS antenne RayStar 125 GPS WAAS antenne E32042

Bij het vervangen van een oudere SeaTalk GPS-sensor met een nieuwe RayStar 125 GPS WAAS antenne, moet de juiste verbinding worden gemaakt met nieuwe kleuren. Dit geldt ook voor de Raymarine RayStar 125 GPS. Deze is echter niet meer leverbaar.
De vervanger is de Raymarine Raystar 130 GPS antenne: E32152
Let er op: de RayStar125 is SeaTalk/NMEA en de RayStar130 is SeaTalk Next Generation.

RayStar 125 aansluiten op de SeaTalk bus:

De rode en groene draad uit de RayStar 125 GPS/WAAS antenne moeten samen worden gevoegd, deze gaan naar de plus van de SeaTalk bus. Als de groende draad aan de plus wordt gehangen staat de Raymarine in SeaTalk mode en komt de data op de gele draad. De afschermin van de kabel moet naar de massa.

Dit diagram geeft de kleuren combinatie met externe voeding. De externe voeding kan achterwege worden gelaten als er al een voeding op het instrument is. Als er geen RTCM wordt gebruikt moet deze draad aan de massa worden gelegd.

Juiste manier om de Raymarine Raystar 125 aan te sluiten

RayStar 125 aansluiten op NMEA bus:

Voor gebruik van NMEA is onderstaande schema te gebruiken. Doordat de bruine en groene draad aan de massa is gekoppeld, komt er uit de gele draad NMEA zinnen. Deze kan aan een NMEA instrument worden verbonden, of aan een PC worden gekoppeld.  De losse kabel naar een PC heeft bestelnummer en prijs: E86001

RayStar 125 GPS WAAS antenne op PC of NMEA

RayStar 125 aansluiten op een C of E serie:

Voor gebruik op een Raymarine C-serie plotter of op een Raymarine E-serie plotter is onderstaande schema te gebruiken.

Raymarine RayStar 125 GPS WAAS antenne aansluiten op een E serie C serie plotter

Waar de Raymarine Raystar 125 plaatsen

  • Plaats de GPS antenne met een vrij zicht naar boven
  • Plaats de GPS antenne op een paal (niet te hoog ivm slingeren van het schip)
  • Plaats de GPS antenne op de railing op de spiegel, en boor de kabel door de buis
  • Plaats de GPS antenne vlak (flush mount) op het dek/gangboord waar niet of nauwelijks wordt gelopen (kabels zijn ideaal weg te werken)
  • Plaats de GPS antenne op de radarbeugel van een motorschip
  • Let er op dat de GPS antenne minimaal 1 meter van de VHF antenne wordt geplaatst!
  • Let er op dat de GPS niet in de top van de mast wordt geplaatst dit ivm het enorme slingeren van de GPS antenne, dit geeft echt een onwerkelijke GPS positie
  • Plaats de Antenne niet in een radar straal